‘Startups vaak niet meer dan veredelde koffieclubs van twintigers’

Bron: RTV Noord

 Loek Mulder
Redacteur NoordZaken

 

Innovatiehoogleraar Dries Faems heeft de afgelopen zeven jaar bestudeerd hoe goed noordelijke ondernemers zijn in vernieuwen. Noordelijke bedrijven zijn beter in innoveren dan wordt aangenomen, concludeert hij bemoedigend.

Toch is er volgens Faems ook een keerzijde. ‘Ik mis hier de ambitie’, zegt hij.

Een iets langer stuk – de leestijd is een minuut of tien – maar dan weet je hoe goed noordelijke bedrijven zijn met vernieuwing en waarom de overheid zich er op een andere manier mee moet bemoeien.

Dries Faems verruilt zijn baan als professor Innovatie en Organisatie aan de RUG voor een hoogleraarschap aan een privé-universiteit in het Duitse Koblenz, waar hij ook de vernieuwingskracht van ondernemers onderzoekt.

Ook daar zal hij uit de ivoren toren van zijn universitaire werkkamer stappen, zegt hij. Faems is vooral geïnteresseerd in de dagelijkse praktijk van ondernemers. Het levert een nuchtere blik op innovatie op.

Welk beeld heeft u in de afgelopen jaren gekregen van de vernieuwingskracht van ondernemers in de regio?

‘Er wordt veel geklaagd. Vooral door politici en beleidsmakers die zeggen dat hier op economisch gebied weinig gebeurt en dat er onvoldoende innovatie is. Maar in onze jaarlijkse Innovatiemonitor zien we het tegendeel.’

‘Goed, we hebben hier niet een ASML of de flashy startup scene zoals in Amsterdam. En het is ook niet realistisch om te verwachten dat we die hier krijgen. Maar kijk je naar het regionale mkb, dan zie je dat veel bedrijven heel actief bezig zijn met innovatie en met het uitproberen van nieuwe technologieën, zoals 3D printen of robotisering. Veel ervan gebeurt echter onder de radar.’

Hoe goed is het noordelijk bedrijfsleven in vernieuwen?

‘Niet veel beter, maar ook niet veel slechter dan ondernemers in andere regio’s. In de statistieken komt Noord-Nederland met het aantal innovatieve bedrijven eigenlijk vrij goed naar voren. Dat geldt zeker voor Friesland, ook als je kijkt naar hoeveel wordt uitgegeven aan onderzoek en ontwikkeling van producten, wijken de cijfers niet af van nationale of internationale standaarden.’

‘Wat wel een aandachtspunt is, zijn de bredere economische indicatoren zoals werkgelegenheid of winstgevendheid. Daar zie je dat de regio onder het landelijk gemiddelde zit. Het komt er dus op neer dat het bedrijfsleven best innovatief is, maar het zich niet vertaalt in groei en banen. Dat is belangrijke informatie.’

Hoe kan dat? Blijven innovaties hangen in de bedrijven, leiden ze niet tot producten die de markt op gaan?

‘Mijn gevoel zegt dat bedrijven wel innovatief bezig zijn, maar dat het vooral gebeurt voor het bedrijf zelf en niet vanwege de stap om iets nieuws op grotere schaal te exploiteren. Men vindt het wel leuk om klein mkb te blijven.’

‘Ik zie in Groningen weinig ambitie om de volgende ASML (wereldleider in fabricage van chipmachines, LM) te worden. Dat kan ik overigens vanuit ondernemersperspectief wel begrijpen, want het gaat gepaard met enorme risico’s en de slaagkans is klein. Maar vanuit perspectief van de regio en de overheden zou je het wel moeten willen.’

Als die bedrijven het zelf niet doen, moet daar dan ondersteuning voor komen?

‘Ik geloof niet zo in ondersteuning. Het moet vanuit de ondernemers zelf komen.’

Wanneer de regio meer vernieuwing wil en de bedrijven onvoldoende motivatie hebben, mist Groningen dus de mogelijkheid dat grootschalige innovatieve bedrijven als ASML ontstaan?

‘Wil je een groot innovatief technologiecluster, dan heb je een goede universiteit nodig en bedrijven die een trekkersrol hebben. In Eindhoven was dat Philips, in Silicon Valley de semi-conductorcompanys. Helaas mist Groningen en Noord-Nederland die. Grote bedrijven die ook hier hun hoofdkwartier hebben en de boel kunnen trekken, dat heb je hier niet. Dat is dus een beperking.’

Waarom zou een internationaal georiënteerd bedrijf als Avebe die rol niet kunnen vervullen? Je kunt ook denken in sectoren: de regio is sterk in energie. Waarom kan daar geen innovatief cluster uit groeien?

‘Energie is sterk aanwezig, maar het hoofdkantoor van een bedrijf als RWE zit hier niet. Dat maakt verschil. RWE ziet Groningen niet als kernplaats. Dat is anders dan Philips en Eindhoven. Die zitten aan elkaar gebakken.’

Over innovatiekracht in de regio: bij welke bedrijven komen de meeste innovaties vandaan?

‘Wat telkens in de Innovatiemonitor terugkomt is dat veel innovatie plaatsvindt in ondernemingen waar je het niet zou verwachten: in kleinere, relatief oude bedrijven. Terwijl die door beleidsmakers nogal eens worden gezien als veredelde hobbyclubs. Maar die bedrijven zijn hard bezig met nieuwe technologieën en ontwikkelen van nieuwe producten.’

‘Dat zijn de doorsnee mkb’ers, vaak familiebedrijven. Ze worden ten onrechte dikwijls gezien als conservatief. Denk bijvoorbeeld aan het meer dan honderd jaar oude Werkman Horsehoes. Dat is bezig met sensortechnologie en internet of things-toepassingen om gebruik van hoefijzers te optimaliseren. Dergelijke bedrijven verdienen steun om meer uit innovatie te halen. Het is beter te accepteren dat de kans op een ASML heel klein is. Probeer te maximaliseren wat je hier hebt.’

De aandacht van beleidsmakers lijkt vooral uit te gaan naar hightech startups. Dat is dus geen goede keuze?

‘De focus ligt er te sterk op. Men zet heel sterk in op deze startups. Maar het zijn vaak veredelde koffieclubs van werkloze twintigers met een idee. Er wordt veel hulp in gestoken, terwijl er ook bedrijven die echt al met iets nieuws bezig zijn, maar die krijgen de aandacht niet. Je moet de startups niet vergeten, maar het is enorm belangrijk om het bestaande bedrijfsleven en innovatie daar te stimuleren.’

Hoe pak je dat dan aan en wie moet dat doen?

‘De overheid moet een bescheiden rol aannemen. Momenteel bemoeit ze zich teveel met innovatie in bedrijven. Mijn devies is om bedrijven de innovatie te laten doen en hen zelf te laten bepalen waar ze willen vernieuwen. Nu hebben subsidieprogramma’s meestal rigide richtlijnen en gaan ze gepaard met een voor mkb’ers onwerkbare bureaucratie.’

‘Om bijvoorbeeld in aanmerking te komen voor een subsidie voor toepassing van waterstof moet een bedrijf samenwerken met de universiteit, minstens twee andere mkb’ers en een energiebedrijf. Maar dat beperkt de vrijheid van een ondernemer. Waarom moet de overheid bepalen met wie hij samenwerkt?’

Wat voor criteria moet je wél gebruiken, wil je vernieuwende bedrijven steunen?

‘Wat goed werkt is bijvoorbeeld de WBSO (Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk). Dat is een belastingmaatregel. Bedrijven krijgen een voordeel op de uren die besteed worden aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is een algemene en eenvoudige maatregel waarbij ondernemers zelf kunnen bepalen waar ze willen vernieuwen.’

Politici vinden het natuurlijk veel leuker om een sexy sector aan te wijzen, er een paar bedrijven aan te koppelen en die enthousiast te steunen

‘Dat is precies waar het hele topsectorenbeleid van de rijksoverheid mee is begonnen. Maar we zien nu zelfs dat de productiviteit van de topsectoren achter loopt op andere sectoren. Het is een top-down manier van beleid maken. Een paar grijze opa’s hebben samen een paar sectoren aangewezen en beslist dat we daar Nederland beter mee gaan maken. Dat werkt dus niet.’

Heeft u een goed voorbeeld van een innovatieve ontwikkeling in de regio die de aandacht verdient?

‘Veel bedrijven en meerdere sectoren zijn bezig met advanced manufacturing: produceren met 3D printen, robotisering. Dat duidt er op dat er wat gaande is. Het biedt aanknopingspunten voor een nieuwe cluster van activiteiten. Dat is een heel andere aanpak dan roepen dat waterstoftechnologie het gaat worden. Dat weten we namelijk helemaal niet. Hoezo waterstof? Waarschijnlijk omdat een paar ondernemers vergaderingen afgaan en er telkens voor waterstof pleiten als ontwikkelingsrichting. Ik heb soms het gevoel dat beleid anekdotisch ontstaat.’

‘Dit raakt precies aan wat we willen bereiken met de Innovatiemonitor: weg van de verhaaltjes, ik wil naar de feiten. We willen systematisch meten wat er gebeurt en op basis daarvan plannen en beleid maken.’

Bron: RTV Noord

 Loek Mulder
Redacteur NoordZaken

Auteur: Erik Kloosterman
Gepubliceerd op: donderdag 6 september 2018

Trackback link

1 reactie

  1. Sjoerd Otter
    Sjoerd Otter, 15 september 2018

    Veel ondernemers schrijven zich in als eenmanszaak bij de kamer van koophandel omdat zij werkloos zijn. Er gaat veel geld naar ondersteuning van ‘zelfstandig’ ondernemers maar daar verdienen vooral de commerciële bureautjes die begeleiding aan gemeenten en het UWV verkopen goed aan. De toevoeging ‘zelfstandig’ bij ondernemerschap is vaak misplaatst. Dus ik herken me goed in: ‘koffieclubs van werkloze twintigers met een idee. Er wordt veel hulp in gestoken, terwijl er ook bedrijven die echt al met iets nieuws bezig zijn, maar die krijgen de aandacht niet.’ Twintigers kunnen natuurlijk ook werkloze 30-ers of 40-ers of vijftigers zijn waarvan afscheid genomen wordt bij een regorganisatie met een oprotpremie en begeleiding richting ondernemerschap door een commercieel bureautje.